overheard in de klerenwinkel
3 december 2011
verkoopster 1: Ga je mee iets gaan drinken na het werk? We gaan met alle collega’s.
verkoopster 2: mmmm. ik kan niet. ik heb geen geld.
verkoopster 1: allee, zo jammer, vorige keer kon je ook al niet mee.
verkoopster 2: ja, maar kunnen we niet gewoon eens afspreken als het loon net is gestort. dan kan ik wel mee.
of kunnen we niet naar McDonalds gaan?
lookalikes
4 mei 2011
Rafik Schami Rik Coolsaet
Syrisch-Duitse intellectueel Professor Internationale Politiek
.
27 april 2011
dit stripverhaal is te briljant voor woorden.
wat ik me afvraag
22 november 2010
Hoe doen tandartsen dat, dat je nooit moet niezen terwijl ze in je mond aan het koteren zijn?
Statistisch gezien had het bij een serie-niezer als ik al lang moeten gebeuren, toch?
Laika, de hond, wat heeft Brussel daarmee?
17 september 2010
Er zijn mensen die denken dat google een soort alwetende oma is, waaraan je kan vragen:
“waar bezit justine henin eigendommen”
en “Laika, de hond, wat heeft Brussel daarmee?”
was het maar waar. dan wisten we nu tenminste het antwoord.
Mojito’s
8 juni 2010
“Jij weet toch niet wat een perifrastische verhouding is”, doet ze neerbuigend. Het is zaterdagavond en mijn moeder strijkt. Ze is aan het opscheppen dat ze zoveel meer weet dan ik over de grammatica van zowat alle Germaanse talen. Dat is waar. Mijn moeder weet meer dan ik. Dat is natuurlijk niet zo raar, als je erbij denkt dat ze lichtjaren ouder is.
Ze wordt zo arrogant in haar alwetendheid dat ik besluit haar uit te dagen. “Weet jij hoe je een goeie mojito maakt?” vraag ik hoogmoedig. “Spuitwater, munt, limoen, rum? of vodka?”, probeert ze nog, maar het is duidelijk dat ik mijn slag thuis haal. 0-1 voor de thuisploeg. Maar de interesse is gewekt. Of ik volgende week mojito’s wil maken, vraagt ze. Dat wil ik graag.
En zo stond ik vorige week munt te plukken in onze moestuin. Ik toonde mijn moeder stap voor stap hoe je van die goed straffe mojito’s maakt waar je er geen twee van moet proberen drinken zonder scheef bekeken te worden in de bank. (of bij de post, ook geen aanrader!) Toen we gezellig onze cocktails uitdronken in de zon begon het me te dagen. Ze was me te slim af geweest. Ik had haar mijn geheim prijsgegeven.
Obertje spelen
1 juni 2010
“Ja, dat is horeca, hé”, zegt mijn collega. We zitten in de auto, op weg naar een communiefeest, waar we obertje gaan spelen. Interimwerk is altijd een beetje iemand anders zijn beroep spelen voor mij. “Als je om 9u moet beginnen, moet je om 9u beginnen, ook al heb je tot 7u moeten werken”, gaat mijn collega verder. Hij is een van die mensen die de horeca als een geloof ziet. Werken in de horeca is heilig voor hem. Het is belangrijker dan slaap, sociale contacten en gezonde voedingsgewoontes. Alleen de uitverkorenen, die hard genoeg willen werken, en genoeg slaap willen offeren zijn volwaardige horecamedewerkers voor hem. ”Ik heb al drie nachten niet geslapen. Ja, de horeca hé”, is een uitspraak die je voorziet van respect bij hem. Voorlopig ben ik voor hem maar een mietje, omdat ik toch graag af en toe eens slaap ‘s nachts, en iemand verdedig die afgebeld heeft omdat hij heel de nacht heeft moeten doorwerken.
“Ik heb al niets meer gegeten sinds eergisteren”, zegt mijn bazin, en ze trekt nog eens van haar sigaret. Ook zij is een gelovige. Ze gelooft niet in lunchpauzes maar laat ons tien uur aan een stuk doorwerken, op cola. Als het moet kan ik dat, zonder ook maar naar het toilet te gaan (dat weet ik uit ervaring) maar is het echt nodig om dat werk heilig te verklaren?
Daarom, lieve collega’s, als jullie even tijd hebben: de horeca is geen geloof, maar een beroepskeuze. Iedereen kan het doen. Op geregelde tijdstippen een volwaardige maaltijd binnenspelen is belangrijk en het is sinds 1994 al niet meer stoer om de nacht door te steken.
Zo, nu moet ik even wat slaap gaan inhalen.
10 dingen die ik niet wist over trouwfeesten
10 mei 2010
Mijn zus zit op dit moment op een vliegtuig richting Hawaii, op huwelijksreis. Eergisteren is ze getrouwd. Het was geen gewone dag, dat is wel het minste dat je kan zeggen. Naast het mooie feest, en de vele glazen cava, waren er ook een aantal dingen die ik niet had kunnen verwachten. Tradities en gewoonten waar ik nog nooit over had gehoord. En omdat de wereldbevolking volgens mijn berekeningen nog steeds een stevig percentage “mensen die nog nooit een huwelijk van dichtbij hebben gezien” moet tellen gooi ik hier graag mijn pas verworven kennis te grabbel. Let dus goed op, en maak notities waar nodig.

- Naar aloude traditie glippen de vrienden van de trouwers tijdens het feest even weg om hun huis volledig overhoop te halen, vol balonnen te gooien, te versieren met strikken en linten of toe te metsen, zodat de trouwers bij thuiskomst een leuke verrassing te wachten staat.
- De man moet altijd aan de linkerzijde van de vrouw lopen, de rechterkant is uit den boze, vraag me niet waarom.
- Tijdens het diner geven de ouders van het trouwkoppel een speech
- Bij aankomst op de receptie geeft men het kado af
- tussen de receptie en het avondmaal is er een uurtje tijd, zodat de mensen die niet voor het avondmaal blijven in stilte kunnen vertrekken
- Als je naar de kerk/gemeente rijdt moet je zorgen dat de trouwers als laatste toekomen
- ook van goeie cava kan je de volgende dag serieuze koppijn hebben
- Het is niet omdat de bruid zegt dat rijst gooien verboden is door de gemeente dat dat waar is. Dat zijn dingen die je moet checken. geloof me.
- Er bestaan ook in België wedding planners. Hier komen ze in de vorm van een oude man die ceremoniemeester genoemd wordt.
- Als getuige krijg je absoluut geen tijd om heel dat document dat je moet ondertekenen te lezen. Het is dus belangrijk bij een betrouwbare gemeente te huwen
“Ik heb maar voor tien cent geplast hoor!”, is één van de afgezaagde moppen die ik in die drie jaar als toiletmadam bij Club Brugge te horen kreeg. Het waren mooie jaren, want toiletmadammen zijn een onderschat volk. Mensen kijken op je neer, tot je ze vertelt hoe goed het wel verdient. Dan zwijgen ze (soms blinken hun ogen een beetje van ontzag, maar dat is zeldzaam).
Gisteren was de laatste match voor mij. voorlopig toch. Want enkel studenten mogen deze job doen, en ik plan af te studeren deze zomer. Hoewel de vooruitzichten voor pas afgestudeerden niet altijd veelbelovend zijn denk ik niet dat een terugkeer naar de toiletbusiness erin zit voor mij.
Het zijn boeiende jaren geweest. Ik leerde veel bij over een wereld die ik niet kende. De wereld van de voetbalfans. De sociologe in mij vierde feest, want aan boeiende sujetten was er geen gebrek.
In al die jaren heb ik veel voetbalfans leren kennen. Sommige waren leuk, andere wat minder. Er was de lelijke dwerg, een klein puisterig mannetje dat in onbewaakte momenten aan onze poep probeerde te komen. Er waren de huilende mannen die wij moesten troosten bij de dood van Sterchele. Er was de man die ons portret zou schilderen. en de man in het regenpak die helemaal van Brussel kwam met de brommer. Er was die man die elke match vier keer naar het toilet moest en die ene die maar om mijn telefoonnummer bleef vragen.
Soms was er ook eens een vrouw, maar niet zo vaak, want vrouwen zijn schaars in de voetbalwereld. Er was die man die klaagde over het gebrek aan zeepdispensers, en die ouwe, die me probeerde te kussen toen hij dronken was. Er was Ritchie, met zijn nekmat en die man die klaagde over mijn paarse sjaal. En dan was er nog die man die me geld voor soep gaf, omdat ik zo koud had.
Er waren opvallend vaak mensen waarvan je niet helemaal zeker was of ze nu een beetje gehandicapt waren of gewoon wat raar in de omgang. Zo was er die ene jongeman die voor de match altijd een praatje met mij kwam slaan. Gisteren ook. Omdat de match nog niet begonnen was toonden ze tennis op de tv’s. Ik vroeg hem of hij ook graag tennis zag. (ik probeerde me in te leven in de voetbalgeest, want ik zie helemaal niet graag tennis, omdat ik daar niets van snap) Hij zei dat hij niet graag tennis zag. “Maar het is Justin Henin, in de finale!”, zei ik. Dat vond hij niet interessant, omdat ze een vuile waal was. Ik was verbaasd. Na al die jaren in de voetbalwereld had ik dat zelfs niet voelen aankomen. Ik vroeg hem wat ze dan wel verkeerd deed. Dat ze uit Wallonië komt, zei hij. Ik zei dat het toch toeval was, dat zij daar geboren was, en wij hier, en dat ze toch echt niets verkeerd deed. Maar hij was overtuigd. Ze was een vuile waal.
In al die jaren heb ik geleerd over mensen die een andere mening hebben, maar ook dat je meer fooi krijgt als je een kort rokje draagt. Ik leerde een heleboel voetballiedjes, en dat het hard kan waaien in een stadion. Ik leerde zelfs hoe dat nu zit met die beker en de champions league en al! Het waren boeiende jaren. en ik heb nog goed verdiend ook.


